Header image
  • aaslider
  • november

Basisschool St. Antonius

Echt wel een goeie basis!

Anti-pestprotocol St. Antonius

Het doel van het anti - pestprotocol
Dit anti-pestprotocol heeft als doel dat alle kinderen bij ons op school zich veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met plezier naar school te gaan.
We doen dat door regels en afspraken zichtbaar te maken voor kinderen en volwassenen zodat als er zich ongewenste stiuaties voordoen, zij elkaar kunnen aanspreken op deze regels en afspraken. Leerkrachten, leerlingen, ouders en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit anti-pestprotocol

Wat verstaan we onder pesten?
We spreken van pestgedrag als dezelfde leerling regelmatig en systematisch bedreigd en geïntimideerd wordt. Pesten is een vorm van geweld en daarmee grensoverschrijdend en zeer bedreigend. Een klimaat waarin gepest wordt, tast iedereen aan. In een klas waar gepest wordt, kunnen alle kinderen slachtoffer worden. Pestgedrag moet dan ook door iedereen serieus genomen worden.

Pesten kan zijn:

  • Vernederen, belachelijk maken, schelden, dreigen, bijnamen gebruiken.
  • Gemene briefjes, mailtjes, of sms-jes/whatsappjes schrijven.
  • Trekken aan kleding, duwen, trekken, schoppen, slaan, krabben, aan de haren trekken.
  • Gebruik van wapens.
  • Achtervolgen, opjagen.
  • In de val laten lopen, klem zetten.
  • Opsluiten.
  • Uitsluiten, doodzwijgen en negeren.
  • Uitsluiten van feestjes.
  • Buitensluiten bij groepsopdrachten.
  • Stelen en vernielen: afpakken van kledingstukken, schoolspullen.
  • Kliederen op eigendommen.
  • Fiets beschadigen, banden lek prikken.
  • Afpersing: dwingen om geld of spullen af te geven.
  • Het afdwingen om iets voor de pestende leerling te doen.
  • Cyberpesten: misbruik maken van privé gegevens, uitsluiting whatsapp groep, verspreiden beeldmateriaal.

Pesten komt helaas overal voor. Het lastige is dat veel pestgedrag zich in het verborgene afspeelt, zodat het moeilijk is om er greep op te krijgen. Het is een probleem dat zich niet makkelijk laat oplossen. Het is van groot belang dat alle betrokkenen (leerlingen, leerkrachten en ouders/verzorgers) persten als een bedreiging voor een veilige leefomgeving zien. Alle betrokkenen moeten het pesten willen signaleren, melden, voorkomen en bestrijden zodat binnen de school een veilig klimaat ontstaat.
Door het nemen van allerlei preventieve maatregelen proberen we zoveel mogelijk pestgedrag te voorkomen.

We hanteren we daarbij de volgende leefregels:

  1. Anders zijn mag.
  2. Gezellig met zijn allen.
  3. Wat van jou is, is van jou. Wat van mij is, is van mij.
  4. Lachen doe je om een grap. Lachen is leuk, maar niet om een ander.
  5. Als je iets van iemand vindt, zeg het hem of haar dan zelf.
  6. Soms wil je vriendje liever alleen spelen.
  7. Met zijn tweeën tegen één is gemeen.
  8. Wie pest, staat alleen, elkaar pesten is stom.
  9. Word jij of iemand anders gepest? Vertel het.
  10. Luister naar elkaar.
  11. Praat thuis ook over school (ook de nare dingen).
  12. Nieuwe klasgenoten zijn nieuwe vrienden.

We gebruiken voor groep 1 t/m 8 de methode: "Kinderen en hun sociale talenten". Met deze methode werken we pro-actief aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en werken zo aan een prettig schoolklimaat. We bespreken bij elke groepsbespreking de ontwikkeling van de groep en de leerlingen individueel op sociaal-emotioneel gebied en we volgen deze met volgsysteem Kijk en SCOL.

Aanpak van de ruzies en pestgedrag in vier stappen en de vijf sporen aanpak.
Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij het aan te pakken volgens de volgende stappen waarbij gebruik gemaakt wordt van de vijf sporen aanpak van Bob van Meer. Deze aanpak richt zich op alle betrokken partijen: het gepeste kind, de pester(s), de klasgenoten, de school/leerkracht en de ouders/verzorgers.
Deze vijf sporen aanpak is in na de 4 stappen beschreven.

Stap 1: Er eerst zelf (en samen) uit te komen.
Stap 2: Op het moment dat één van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) legt deze het probleem aan de meester of juf of anti-pestcoördinator voor.
Stap 3: De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Stap 4: Bij herhaling van ruzie, of pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling in en gaan de fases van consequenties in werking (zie consequenties). Ook wordt de naam van de pester in de "Dit kan- niet" map genoteerd. Bij iedere melding in de map omschrijft de betrokken leerkracht "de toedracht". Bij de derde melding worden ouders op de hoogte gebracht en wordt er in goed overleg samen gewerkt aan een oplossing.

De vijf sporen zijn:

1. Hulp bieden aan het gepeste kind:

We luisteren naar wat er gebeurd is. We laten het kind merken dat hij/zij uniek is en dat we er voor hem/haar willen zijn. We nemen het probleem serieus. We  gaan samen met het kind op zoek naar mogelijke oplossingen en begeleiden het kind daarin. Indien nodig schakelen we deskundige hulp in. We houden een vervolggesprek met het kind.

  • Medeleven tonen, luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.
  • Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor, tijdens en na het pesten.
  • Huilen of heel boos worden is een reactie die een pester vaak wil uitlokken. De leerling laten inzien dat je op een andere manier kunt reageren.
  • Zoeken en oefenen van een andere reactie.
  • Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
  • Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.
  • Sterke kanten van de leerling benadrukken.
  • Belonen (kan ook non-verbaal) als de leerling zich anders opstelt.

2. Hulp bieden aan de pester:

We nemen de tijd voor een gesprek met het kind. Pesten gebeurd nooit zonder reden, we vinden het daarom belangrijk om achter de oorzaak te komen. We zullen ingaan op impact van de pester op het slachtoffer. We zorgen dat het kind zich veilig voelt en leggen hem/haar uit wat wij als school zullen doen om het pesten te stoppen. We stellen hier duidelijk grenzen. We helpen de pester om zich aan de regels te houden. We houden een vervolggesprek met het kind.

  • Praten, zoeken naar de reden van het pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen).
  • Laten inzien wat het effect van het gedrag is voor de gepeste.
  • Excuses aan laten bieden.
  • In laten zien welke sterke/leuke kanten de gepeste heeft.
  • Het kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de stop-denk-doe houding of een andere manier van gedrag aanleren.

3. De ouders van het gepeste kind, pestende kind steunen en de ouders van de middengroep indien noodzakelijk informeren:

We luisteren naar de ouders, we tonen begrip. We stellen gezamenlijk een doel. We maken samen afspraken in een gesprek. We kijken waar het kind behoefte aan heeft en zonodig schakelen we deskundige hulp in.

Ouders van gepeste kinderen:

  • Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
  • Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat of in de wijk, probeer dan contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
  • Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
  • Probeer het zelfrespect van uw kind te vergroten of te herstellen door het veel positieve bevestiging te geven.
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
  • Schakel de hulp van derden in: sociale vaardigheidstraining, jeugdgezondheidszorg.

Ouders van pesters:

  • Neem het probleem van uw kind serieus.
  • Raak niet in paniek: elk kind loopt de kans om pester te worden.
  • Probeer achter de oorzaak van het pesten te komen.
  • Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
  • Besteed extra aandacht aan uw kind.
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
  • Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van de school staat.

  Ouders van de middengroep:

  • Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
  • Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Leer uw kind voor anderen op te komen.
  • Leer uw kind voor zichzelf op te komen.
  • Wanneer er op school iets gebeurd is en het is opgelost, kom er dan thuis niet op terug. Opgelost is opgelost!

4. Mobiliseren van de zwijgende middengroep:

Eerst wordt er met de gepeste besproken dat er een klassengesprek zal plaatsvinden. We zullen met de klas een gesprek voeren over pesten. We bespreken met de groep de pestsituatie en hun eigen rol daarin.

5. Als school de verantwoordelijkheid nemen en professionalisering leerkrachten:

Wij als school zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de kinderen. Wij vinden het belangrijk dat alle leerkrachten en andere medewerkers binnen onze school weten hoe ze moeten handelen bij pestgedrag. Binnen onze school hebben we twee anti-pestcoördinatoren. Zij zijn voor de leerkrachten het aanspreekpunt als het gaat om pestgedrag en is mede-verantwoordelijk voor het anti-pestbeleid binnen onze school.

 

Consequenties

Bij herhaling van ruzie, of pestgedrag neemt de leerkracht/school duidelijk stelling in en gaan de fases van consequenties in werking.

Fase 1:

  • Een of meerdere pauzes binnen blijven.
  • Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.
  • Een schriftelijke opdracht maken zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem.
  • Er kan een gesprek worden gevoerd met als doel bewustwording van wat er met het gepeste kind is uitgehaald.
  • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde. Gesprekken worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem (ESIS).

Fase 2:

  • Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in Esis en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.

Fase 3:

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld, zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk, hulp van de begeleidster SWEZ, hulp door het onderwijs- en zorgcentrum.

Fase 4:

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.

Fase 5:

  • In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden volgens het schorsings- en verwijderingsprotocol.

 

Dit anti-pestprotocol wordt onderschreven door het team van de St. Antonius en de medezeggenschapsraad.